Het geheim van de Blauwe Uilen was geen toverspreuk. Het was het besef dat de stilste magie soms de krachtigste is.
Op dat moment kwam Barbara binnen. "Bibi! Wat heb je daar?" vroeg ze, opeens bleek weggetrokken.
Bibi vloog naar de waterval. Het water donderde zo hard dat ze haar eigen gedachten niet kon horen. Ze probeerde te denken aan een spreuk, maar haar mond bleef dicht. Wanhopig zwaaide ze met haar armen. Niets gebeurde.
Terwijl Bibi door oude toverstokken en vergeelde recepten bladerde, vond ze iets vreemds: een kleine, glazen bol waarin een diepblauw veertje zweefde. Zodra ze het aanraakte, gloeide het bolletje op. Abraxas krijste luid.
Abraxas kraste iets onverstaanbaars, vloog toen plotseling op en pikte naar een oude, leren koffer onder Bibi's bed. Met een nieuwsgierige blik schoof Bibi de koffer tevoorschijn. Hij was van haar moeder, Barbara Blocksberg, en zat vol herinneringen aan haar eigen tijd op de Bliksemheksenschool.
"Een veertje, mam. Van welke vogel is dat? Het is zo blauw als de nachthemel."
Toen sloot ze haar ogen. In plaats van te willen overmeesteren, luisterde ze naar het water. Ze voelde zijn eenzaamheid, zijn eeuwige vallen. Zachtjes legde ze haar hand op een natte steen en dacht: "Rust nu maar."
Bibi glimlachte en zei niets. Ze gaf haar moeder het stille klokje. Abraxas zat stil op haar schouder, en voor het eerst in jaren kraaide hij niet. Hij wist het nu ook.